In de bovenbouw lopen de leerlingen twee soorten stages: de beroepsstage van 3 weken en een maatschappelijke stage van een of twee dagen. Het doel van de stage is, dat de leerlingen in de bovenbouw kennismaken met het werken in een bedrijf. Centraal bij een stage staat de ervaring die de leerling tijdens deze 3 weken opdoet. De leerling wordt bij werkzaamheden in het bedrijf ingeschakeld, maar krijgt ook de gelegenheid met mensen in het bedrijf te praten en op onderzoek uit te gaan. Zo kan de leerling zich een beeld vormen van het bedrijf waar hij werkt. De werktijden worden door de school afgesproken met de leerling en het bedrijf. We gaan hierbij uit van gemiddeld zeven uur stage per dag en één uur werken aan schoolopdrachten.
Alle stages worden voorbereid met trainingen sociale vaardigheden, gastlessen, excursies en videopresentaties. De stage vindt plaats binnen de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg. Stage - plaatsen worden zo gekozen, dat ze aansluiten bij de afdeling waarvoor de leerling heeft gekozen. De stages worden door de leerlingen zelf gezocht en worden begeleid door de stagecoördinator, de kerndocent of vakdocent. De vmbo-t afdeling loopt geen stage. Voor de vmbo ict-route is de stage nog in ontwikkeling. De maatschappelijke stage laat leerlingen kennismaken met het vrijwilligerswerk. Samen met de kerndocent gaan de leerlingen in groepjes een maatschappelijke opdracht bedenken, plannen, voorbereiden en uitvoeren. Voorbeelden zijn o.a. computerlessen voor ouderen en het organiseren van een schoolfeest. |